Het klinkt zo logisch; iedereen werkt in één bepaald project in één werkomgeving. Maar hoe realiseer je dat, in een bedrijf zoals WSP in Nederland waar honderden specialisten werken, met elk hun eigen specialisme. Een modelleur werkt met andere software dan een constructeur, terwijl een betonconstructeur weer een ander programma nodig heeft dan een geotechnisch constructeur. En dan hebben we het nog niet over de veel bredere range van functies gehad: van bouwfysici tot rivierkundigen, en van ecologen tot electrical engineers. Het pakket aan gebruikte software is ongeveer zo breed als de integrale scope van diensten van WSP in Nederland is.
Zeker doordat WSP een snelgroeiend bedrijf is, met een brede integrale basis waarin verschillende specialisten met elkaar aan één project werken, ligt de valkuil van langs elkaar werken op de loer. Brigitte Ratliff – van Kronenburg werkt al zo’n vijftien jaar voor WSP en weet vanuit haar rol als constructeur hoe er traditioneel wordt samengewerkt tussen verschillende rollen: “Ik maak veel geotechnische berekeningen. Heel kort door de bocht berekenen wij de druk en tegendruk die grond geeft. Belangrijk, want grond is meestal de basis en absoluut niet homogeen. Om een geotechnische berekening te maken, zet ik een model op. Dat doen we doorgaans door met lijnen, punten en objecten, met daarnaan allerlei gegevens gekoppeld, een geometrisch model op te zetten.”
Zo’n model wordt door elke specialist in zijn of haar eigen software opgezet. Een geotechnisch constructeur werkt met andere software dan een wapeningsconstructeur, net zoals een modelleur z’n eigen software gebruikt, en alle andere rollen weer hun eigen softwarepakket gebruiken. Plaxis, Scia, Revit; you name it. Al die verschillende personen, bouwden in hun eigen software hun eigen modellen op.
Kan dát nou niet anders?
Op de vraag of bovenstaand niet anders kan, heeft Mark van den Brink vanuit zijn rol als Digital Transformation Lead bij WSP in Nederland een telkens gelijk antwoord: “Néé, dat móet anders!” Mark is de aanjager van de interoperabiliteit binnen WSP; meerdere functies en rollen moeten samenwerken in één digitale workflow.Mark: “Als WSP werken wij aan integrale vraagstukken,grote projecten waarin heel veel verschillende expertises samenkomen. Door al die functies interoperabel samen te brengen, besparen we niet alleen heel veel handwerk, maar maken we uiteindelijk een veel beter ontwerp.”
Lichtend voorbeeld in deze ontwikkeling is de Oosterweel-app; genoemd naar de nieuw te ontwerpen Oosterweel-verbinding waarbij de Antwerpse Ring rond wordt gelegd (
YouTube). Een complex project waarin vele diverse specialisten van WSP de tanden zetten. Brigitte: “We hebben tegenwoordig één centraal digitaal informatiemodel, en daaruit kan ik alle info halen die ik nodig heb voor mijn geotechnisch model. Daarna werk ik de rest van het model verder uit en werk ik verder in Plaxis, zoals ik gewend ben. Het enige dat verschilt, is dat ik niet uren handmatig alles aan het opbouwen ben. Met alle risico op fouten van dien.”
Mark: “En zo werkt iedereen binnen WSP op basis van informatie uit één centraal informatiemodel. De kans op fouten wordt daardoor veel en veel kleiner.”
Over het programmeren hoeven modelleurs en constructeurs zich geen zorgen te maken; zij leveren slechts input aan
fulltime-programmeurs die binnen WSP de ontwikkeling van code en applicaties verzorgen.
Meer lezen over interoperabiliteit? Lees ook
dit recente interview met Mark van den Brink in GWW Magazine 6.