De bekende FLAP-D-markten – Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs en Dublin – vormen nog altijd het hart van de Europese digitale infrastructuur. Toch zijn deze locaties niet langer de vanzelfsprekende bestemming voor alle nieuwe datacenterontwikkelingen. In deze markten is de beschikbare capaciteit beperkt. De leegstand is laag en veel nieuwe capaciteit is al vastgelegd voordat deze op de markt komt. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om geschikte locaties te vinden voor nieuwe projecten.
Tegelijkertijd neemt de schaarste aan grond met voldoende toegang tot elektriciteit verder toe. Dat zorgt voor hogere kosten en grotere risico’s. Voor investeerders betekent dit langere doorlooptijden, meer afhankelijkheid van vergunningstrajecten en netaansluitingen, en meer onzekerheid over het rendement op de lange termijn. Daardoor worden nieuwe markten steeds interessanter. Ze bieden niet alleen extra ruimte voor groei, maar helpen investeerders ook om risico’s te spreiden en toekomstige ontwikkelingen beter beheersbaar te maken.
De Europese datacenterkaart krijgt een nieuwe vorm
De veranderingen in de Europese datacentermarkt zijn geen toeval. Volgens Manuel Perez Sierra zijn er duidelijke verschillen zichtbaar tussen de landen waar de meeste groei wordt verwacht.
Hij onderscheidt twee groepen. In de eerste groep vallen Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal en Italië. Dit zijn de markten waar de komende jaren naar verwachting de grootste investeringen plaatsvinden. De tweede groep bestaat uit landen zoals Polen, Nederland, Denemarken en Zwitserland, waar vooral middelgrote investeringen worden verwacht.
Wat de snelst groeiende markten met elkaar gemeen hebben, is een combinatie van beschikbare ruimte, goede energievoorzieningen, strategische netaansluitingen en een toenemende vraag naar datacentercapaciteit. Daarnaast bieden ze mogelijkheden voor grootschalige datacentercampussen en regionale oplossingen. Voor investeerders betekent dit een andere benadering dan in de traditionele datacenterhubs.
“De aandacht verschuift van nabijheid tot bestaande digitale infrastructuur naar locaties waar energie, ruimte, vergunningen en een betrouwbare bedrijfsvoering op de lange termijn samenkomen,” aldus Manuel Perez Sierra.
Zuid-Europa als nieuwe groeimotor
Zuid-Europa neemt een steeds belangrijkere positie in binnen de Europese datacentermarkt.
Spanje heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de koplopers in Europa op het gebied van duurzame energie. De verdere groei van zonne- en windenergie zorgt ervoor dat bedrijven toegang krijgen tot schaalbare en relatief duurzame elektriciteit. Dat wordt een steeds belangrijkere factor bij de keuze voor nieuwe datacenterlocaties.
Daarnaast beschikt Spanje over meer beschikbare industriële grond dan veel traditionele datacenterhubs. Ook zet het land actief in op het aantrekken van grote technologiebedrijven, onder meer door vergunningstrajecten te vereenvoudigen. De strategische ligging van het Iberisch Schiereiland versterkt die positie verder. Hier komen verschillende internationale zeekabelverbindingen aan land die Europa verbinden met Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.
Ook Italië groeit in betekenis. Vooral Milaan ontwikkelt zich tot een strategisch knooppunt tussen Centraal-Europa en het Middellandse Zeegebied. Groei wordt hier vooral gedreven door de herontwikkeling van bestaande industriële locaties, goede internationale verbindingen en een toenemende vraag naar digitale infrastructuur.
De Nordics blijven aantrekkelijk
Waar Zuid-Europa profiteert van ruimte, connectiviteit en nieuwe mogelijkheden op het gebied van duurzame energie, hebben de Nordics hun eigen sterke troeven. Stabiele toegang tot koolstofarme elektriciteit, een koel klimaat en veel ervaring met complexe infrastructurele projecten maken de regio aantrekkelijk voor datacenterinvesteringen.
Daardoor blijven de Nordics een logische keuze voor grootschalige en energie-intensieve toepassingen, zoals AI en high-performance computing. Tegelijkertijd laat deze ontwikkeling zien dat de Europese datacentermarkt zich steeds meer verplaatst naar locaties waar energie, schaalbaarheid en duurzaamheid goed samenkomen.