Of het nu gaat om slopen, kopen of renoveren, veel oudere gebouwen, objecten en industriële installaties bevatten stoffen die gevaarlijk zijn voor gezondheid en financiën. Een verkeerde inschatting kan de veiligheid en de begroting van een project de grond in boren. Zelfs na sanering blijft het risico vaak aanwezig— hoe weet je zeker dat alles écht schoon is? Een grondige inventarisatie voorkomt problemen in de toekomst en is vaak verplicht, zoals een asbestinventarisatie bij de aanvraag van een sloopvergunning.
Sloopvergunning betekent asbestinventarisatie
Het gebeurt maar al te vaak dat bedrijven ons in paniek midden in een vergunningaanvraag bellen, vertelt adviseur schadelijke stoffen Marco van Leenen. “Bij de sloop van gebouwen, bruggen, tunnels of andere kunstwerken die voor 1994 zijn gebouwd, heb je een asbestinventarisatie nodig. Heb je die niet, dan krijg je geen sloopvergunning, stagneert de planning met flinke financiële risico’s als gevolg.”
Afval bestaat niet
Die asbestinventarisatie is een goede start, maar eigenlijk niet genoeg, licht adviseur schadelijke stoffen André Peters toe. “Voorsorterend op Nederlands doel om in 2050 een circulaire economie te hebben en om in 2030 al 50% minder grondstoffen te gebruiken, is het beter om een stoffeninventarisatie te laten uitvoeren. Hiermee kan je de acceptant vertellen welke kwaliteit beton, baksteen, cement of gecoat staal je aanbiedt.”
“Met 4 ton gecoat staal is het bijvoorbeeld cruciaal om te weten of er Chroom6 gebruikt is, zodat er veilig in gezaagd kan worden. Chroom6 is immers al gevaarlijk als het je huid raakt. Een stoffeninventarisatie maakt de weg vrij richting het circulair werken met grondstoffen.”
Onderschating van saneringskosten
Ook bij het aan- en verkopen van panden is een stoffeninventarisatie verstandig, zegt Van Leenen. “Zelfs ervaren vastgoedspecialisten onderschatten de risico’s en de financiële gevolgen als er toch gevaarlijke stoffen aangetroffen worden. Met behulp van historische gegevens, een grondige dossierstudie, een gedegen locatie inspectie en onze tientallen jaren ervaring geven we een realistisch scenario van een pand. Dit helpt bepalen of de aankoop, renovatie en exploitatie economisch haalbaar is. Eventuele saneringskosten kunnen vervolgens worden meegenomen in de prijsonderhandelingen met de verkoper.”
Asbest komt overigens niet alleen voor in platen, maar ook in andere vormen waar vaak niet bij stilgestaan wordt, zoals pakkingen, kitten en buizen, vertelt Peters. “Als je 10.000 m2 lijmlaag op je vloer hebt waar asbestvezels in zijn verwerkt voor betere hechting, dan kom je met een saneringstarief van 150 euro per m2 op 1,5 miljoen euro aan onvoorziene kosten.”
Sanering wordt vaak niet goed uitgevoerd
De kwaliteit van saneringen is in de loop van de jaren dalende, zegt adviseur schadelijke stoffen Stephan Brokx. “Bij een opdrachtgever met veel panden was er maandenlang gesaneerd, wat financieel in de tonnen liep. Op verzoek zijn we, met het vrijgaverapport, de locaties gaan controleren en troffen overal nog asbestrestanten aan. De opdrachtgever dacht dat het allemaal goed uitgevoerd was, net als de ingehuurde aannemers, maar ondertussen liepen ze risico. Deze situatie heb ik diverse keren meegemaakt.”
“Met flinke saneringsinvesteringen is het laten uitvoeren van een contra-expertise controle een logische stap. Je wil weten dat je waar voor je geld hebt gekregen. Voor de veiligheid van je werknemers en voor een gezonde financiële toekomst.”
Adviseurs Marco van Leenen, André Peters en Stephan Brokx hebben samen meer dan vijfendertig jaar ervaring met stoffeninventarisaties. Vanuit de locaties Spijkenisse en Nieuwegein werken zij door heel Nederland voor opdrachtgevers als TenneT, Schiphol en het Rijksvastgoedbedrijf. Wil je meer informatie, neem dan contact met ons op via de Contact knop (rechts boven).