Bewoners van Maastricht genieten dagelijks van het uitzicht op het water, de historische bruggen en het groene landschap in en rondom de stad. De Maas is meer dan een decorstuk: het is de levensader van de stad. Ze draagt bij aan de culturele identiteit, speelt een sleutelrol in de scheepvaart en zorgt ervoor dat water veilig wordt afgevoerd zodat de voeten van Maastrichtenaren droog blijven.
Dat gaat nu goed. Maar als we vooruitkijken – naar verwachte piekafvoeren van meer dan 4.600 m³ water per seconde in de komende twee eeuwen – vraagt dat om stevige aanpassingen aan het landschap. De opgave: Maastricht beschermen tegen extreem hoogwater, mét behoud van de ziel van de stad.
Vier projecten in één
In het Zuidelijk Maasdal project komen vier grote opgaven samen, vertelt strategisch omgevingsmanager Jette Eshuis. “Hoogwaterbescherming, het verbeteren van de vaarroute voor scheepvaart, ruimtelijke ontwikkeling en het versterken van de natuur. Ze zijn nauw met elkaar verweven en vragen om slimme, integrale keuzes.”
“De keringen tussen Eijsden en Borgharen zijn te laag of niet sterk genoeg. Daarvoor onderzoeken we oplossingen zoals het versterken van dijken of het verruimen van het rivierbed.”
“De vaarroute door Maastricht is op sommige punten te krap en laag voor veilig en efficiënt transport. Ook bij de invaart van het Julianakanaal ontstaan risico’s bij hoge stroomsnelheden op de Maas. Schepen uit België komen daar met te hoge snelheid in stilstaand water terecht – gevaarlijk voor mens én schip. In 2017 ontwikkelden we al
oplossingsrichtingen, die we nu verder uitwerken.”
“Maastricht transformeert. Verouderde industrieterreinen aan het water maken plaats voor levendige woon- en werkgebieden. Daarbij zoeken we verbindingen tussen oost- en westoever – letterlijk, via bruggen, en figuurlijk, in ruimtelijke samenhang.”
“Fietsen en wandelen in de natuur draagt bij aan de gezondheid en het geluk van Maastrichtenaren. En een robuust en veerkrachtig riviersysteem aan de natuur en biodiversiteit. Als we de rivier moeten verbreden voor waterveiligheid, combineren we dat met nieuwe natuur, zodat er altijd groene ruimte blijft.”
Slim balanceren tussen belangen
De grootste uitdaging? De onderlinge spanning tussen de vier opgaven, legt Diederik den Houting, adviseur planproducten, uit. “Een brug bouwen is goed voor de ruimtelijke ontwikkeling, maar beperkt vaak de scheepvaart. Dijken verhogen is gunstig voor de waterveiligheid, maar kan ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit. En het verruimen van de rivier of een kanaal kan gunstig zijn voor de scheepvaart maar ten koste gaan van ruimte voor bijvoorbeeld woningbouwontwikkelingen.”
Daarom stelden we aan het begin van deze verkenningsfase een ervaren projectteam samen, zegt Eshuis. “Het projectteam bestaat uit een combinatie van ingenieursbureaus (WSP en Haskoning) en opdrachtgevers (Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Gemeente Maastricht). We werken als één organisatie, zonder de traditionele opdrachtnemer-opdrachtgeververhouding. Het gebied en het project staan centraal, niet vanuit welke organisatie je komt.”
“Gezamenlijk brengen we de juiste expertise aan tafel voor deze complexe opgave. Binnen WSP hebben we diepgaande expertise op het gebied van scheepvaart, het betrekken van de omgeving bij het project én waterveiligheid. We kennen de keringen daar goed; we hebben ze eerder getoetst.”
Zelf brengt Eshuis ook jarenlange gebiedskennis mee. “Ik werkte onder meer aan Maaswerken (2000-2010), het project Oijen-Wansum en het project
Oeffelt, dat qua schaal kleiner is dan Maastricht, maar ook een project met meerdere opgaven en opdrachtgevers. Je weet hoe de hazen lopen – en dat maakt samenwerken een stuk effectiever.”
Denken buiten de gebaande paden
Met zoveel belangen is out-of-the-box denken geen luxe, maar noodzaak, benadrukt Eshuis. “Misschien moeten we accepteren dat sommige gebieden bij extreme omstandigheden tijdelijk natter worden. Dat kan verstandiger zijn dan de hele Maasoever op de schop nemen om echt álles droog te houden. Zulke keuzes vragen lef. Ook financieel moeten we nieuwe paden durven bewandelen: bij zo’n integraal project vloeien de middelen uit verschillende opgavepotjes samen tot één grote financieringsstroom. Dan is het niet altijd glashelder welke euro precies welk resultaat oplevert. Dat vraagt vertrouwen en moed.”
Al die belangen hebben verschillende vertegenwoordigers, vult Den Houting aan. “Wij brengen het ministerie, waterschap, de gemeentes en de provincie samen om het eens te worden over de opgaven, de oplossingen, het uiteindelijke voorkeursalternatief en de manier waarop de oplossingen gefinancierd worden.”
Hoe complexer, hoe beter
Voor Eshuis is de complexiteit juist wat het werk mooi maakt: “Ik houd van projecten waar veel opgaven en belangen samenkomen. Daar zit mijn kracht: bruggen slaan tussen tegenstrijdige wensen en werkbare oplossingen bedenken. Dit project biedt meer dan genoeg uitdaging – ik ben voorlopig niet uitgewerkt.”
Wat Den Houting drijft, is de wens om ingewikkelde materie toegankelijk te maken voor iedereen die erbij betrokken is. “Juist in een project met zoveel belangen en uitdagingen is het belangrijk om inwoners en bestuurders op een heldere manier mee te nemen in de keuzes die worden gemaakt. Om ondanks de complexiteit en de veelheid aan opgaven via onder andere het milieueffectrapport op een navolgbare manier tot een voorkeursalternatief komen.”