Nationaal Park De Biesbosch is een waterrijk natuur- en recreatiegebied waar de rivieren Waal en Maas overgaan in delta met getijden. Om te zorgen voor een goede balans tussen waterveiligheid en biodiversiteit, is het belangrijk dat de rivieren altijd – zeker in tijden van hoogwater - hun water goed kwijt kunnen en niet te veel worden geremd door struiken en bomen. Vooral in het Ruimte voor de Rivier project Noordwaard is dit belangrijk om de historische stad Gorinchem te ontlasten.
Natuur en waterveiligheid van rivieren in harmonie
De centrale vraag in dit project: Hoe kunnen we ruimte creëren voor de ontwikkeling van ooibossen en tegelijkertijd de afvoer van rivierwater door De Biesbosch waarborgen?
Frans Hoefsloot, senior adviseur bij WSP: “In opdracht van Staatsbosbeheer hebben we de huidige vegetatie in De Biesbosch in relatie tot de vastgestelde Vegetatielegger geanalyseerd, een instrument dat bijdraagt aan een veilige doorstroming van de rivieren. De Vegetatielegger omvat een aantal regels die samen aangeven wat de norm is voor vegetatie vanuit het oogpunt van hoogwaterveiligheid.”
Rijkswaterstaat heeft de Vegetatielegger in de Biesbosch vastgesteld in 2020, maar als uitgangssituatie de vegetatietoestand van 2012 gehanteerd. Tussen 2012 en 2020 is op veel locaties mooie, maar rivierkundig ruwe natuur ontwikkeld waardoor bij vaststelling van de Vegetatielegger direct sprake van achterstallig onderhoud was. Gevolg was dat Staatsbosbeheer direct deze waardevolle natuur zou moeten gaan beheren/inperken.
In nauw overleg tussen Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer wordt de Vegetatielegger nu voor grote delen van de Biesbosch aangepast naar de toestand van 2020. Hiermee wordt een grote stap bereikt voor de natuuropgave in het gebied.
Ook na 2020 is de natuur in de Biesbosch nog doorgegroeid. Het effect van deze vegetatieontwikkeling op de hoogwaterveiligheid zal in beeld worden gebracht en eventuele negatieve effecten zullen worden gemitigeerd.